Interview Ruud Bruijnis
"Nationale Sportpas geeft een duwtje in de rug"
Ruud Bruijnis werkt 26 jaar bij de KNVB waarvan de laatste 11 jaar als directeur amateurvoetbal. Als elftalleider en vader van voetballende zoons staat hij wekelijks langs het voetbalveld.
Heeft u zelf gevoetbald?
Jazeker. Ik was een behoorlijke amateurvoetballer, een nuttige speler, maar geen topper.
Wat is het hoogtepunt uit de geschiedenis van de KNVB?
Het hoogtepunt voor iedere voetballiefhebber was het EK 1988. Heel Nederland stond op zijn kop en de KNVB kon zich geen betere stimulans wensen voor het jeugdvoetbal.
Wat houdt het in om directeur Amateurvoetbal te zijn?
De sectie amateurvoetbal telt een miljoen voetballende leden die door onze organisatie met honderden vrijwilligers en bijna 300 man aan de gang wordt gehouden. Als directeur probeer je de grote lijnen te bewaken met vooral de blik op de toekomst gericht.
Wat doet u momenteel?
Momenteel is onze belangrijkste zorg de steun aan verenigingen die gebukt gaan onder hedendaagse problematiek als kadergebrek, en werken we aan de campagne "Plezier en respect". Verder zijn we intensief bezig met behoud en werving van scheidsrechters.
Wat vindt u van de Nationale Sportpas?
Goed plan. Onze leden krijgen een voordeel in de schoot geworpen. En het kan net het duwtje in de rug zijn voor kinderen die nog niet aan sport doen om een sport te kiezen die ze zien zitten. Als dat voetbal is, is dat helemaal mooi.